De Baayaert

Poppetjes Tekening

Home | Contact | Sitemap

 

  •  Gids/Kalender 
  •  Nieuwsbrieven 
  •  Groepen 
  •  Vakken 
  •  Delta 
  •  MR 
  •  Ouders 
  •  Contact 
  •  Nieuws 
  •  Boekenshop 
  • Groep 1
  • Groep 2
  • Groep 3
  • Groep 4 
    • Lesrooster
    • De spellingwoorden
    • Informatieavond
    • groep 4
    • Vingerpopje en poppenkastje gemaakt
    • Thema de doos op zolder gr. 3 - 4
  • Groep 5
  • Groep 6
  • Groep 7
  • Groep 8
 

Laatste nieuws

  • Verjaardag leerkrachten gevierd in Het Vrouwenhof!
  • Groep 8 brengt bezoek aan Canadees begraafplaats
  • Groep 7 heeft Verkeersexamen gehaald!!
  • Bekers en medailles bij afsluiten schaakseizoen 2012
  • Info middag voor groep 8; leven met een handicap
 

HomeGroepenGroep 4De spellingwoorden

Print deze pagina.Print pagina

De spellingwoorden in groep 4.

Week 1

de bek

dik

dun

het hok

de kip

de mol

ik pak

de boom

de haas

laat

mee

de muur

hij eet

hij bijt

het dier

de koe

de muis

de neus

de poes

de uil
net-als-woord: poes

Week 2

de bloem

bruin

de draak

drie

de fluit

het gras

groen

knap

de slak

smal

de snuit

de spin

de stal

stil

de troep

twee

ik klap

ik krijg

ik plaag

hij praat
net-als-woord: draak

Week 3

als

het beest

de buurt

haast

de heks

juist

kort

de laars

de lamp

meest

de mens

de mist

de muts

naast

niets

ons

paars

soms

hij loopt

hij woont
net-als-woord: muts

Week 5

elf

de film

de golf

half

het kalf

de melk

de wolf

de wolk

ik help

de arm

de berg

het dorp

erg

de jurk

de kerk

het park

warm

ik durf

ik merk

ik werk
moeilijke duo's/ net als wolk

Week 6

dwars

de grens

de klant

de krant

de kwast

de plant

de prins

de slurf

de staart

sterk

trots

twaalf

hij bromt

hij brult

hij gromt

ik klets

hij knikt

hij krijgt

hij snapt

hij speelt
net als krant

Week 7

de schaal

het schaap

de schaar

de schat

scheef

de schelp

scherp

het schip

de schoen

de school

schoon

de schoot

de schurk

de schuur

ik schaats

hij

schiet

hij schopt

het schrift

hij schrikt

hij schrijft
net-als-woord: schaap

Week 9

het feest

de fiets

de fles

de friet

fris

hij fluit

hij fopt

de boef

de brief

ik beef

vaak

vast

veel

vier

vies

de vis

vlug

hij vliegt

hij voelt

hij vraagt
Net-als-woorden: feest/vier

Week 10

slim

de smoes

snel

de spin

stom

ik slaap

ik snap

hij snikt

eens

vals

zes

ziek

zoet

de zon

zuur

zwaar

zwart

zij zegt

hij ziet

hij zoekt
net-als-woorden: smoes/ziek

Week 11

de straat

strak

de strip

de struik

hij spreekt

de arts

de helft

de herfst

de kunst

de markt

Turks

de worst

zelfs

hij botst

hij danst

hij harkt

hij helpt

hij schaatst

hij werkt

hij zorgt
net-als-woord: de strip

Week 13

bang

het ding

eng

de gang

jong

het kreng

de kring

lang

de long

de ring

de slang

streng

de tang

de tong

de wang

langs

hij brengt

hij hangt

hij springt

hij zingt
net-als-woord:slang

Week 14

de bank

de dank

flink

de klank

de pink

de plank

de stank

de vink

de inkt

links

hij denkt

hij drinkt

het klinkt

het stinkt

hij schenkt
net-als-woord: bank

Week 15

arm

de berg

het dorp

de dwerg

erg

de jurk

de slurf

sterk

warm

hij durft

hij werkt

de elf

elk

de film

de golf

half

het kalf

de melk

de twaalf

hij helpt
net-als-woord: wolk

Week 17

het ei

de reis

de trein

het plein

de eik

mei

het feit

de geit

de wei

de kei

de hei

de klei

het zeil

zij breit

klein
net-als-woord: ei

Week 18

bij

blij

fijn

hij

het ijs

jij

kwijt

mijn

de pijn

de rij

rijk

vijf

vrij

wij

wijs

zij

zijn

hij blijft

hij krijgt

hij kijkt
net-als-woord: ijs

Week 19

de schaal

de schaar

de schaats

de schat

scheef

de schoen

de school

de schort

hij schenkt

hij schept

hij schuift

hij schijnt

het schrift

hij schroeft

hij schrijft
net-als-woord: schaap

Week 21

de kraai

saai

hij aait

hij draait

hij kraait

het waait

hij zwaait

het hooi

de kooi

mooi

nooit

ooit

hij gooit

hij strooit

oei

hij bloeit

hij groeit

hij knoeit

zij loeit

zij roeit
net-als-woord: mooi

Week 22

ach

toch

zich

de pech

ik lach

acht

de bocht

dicht

echt

het licht

de lucht

de nacht

recht

slecht

de tocht

zacht

hij bracht

hij lacht

hij wacht

hij zucht
net-als-woorden: pech

Week 23

de angst

de borst

de helft

de kunst

laatst

langs

links

rechts

hij fietst

hij kletst

hij verft

de sproet

de sprong

de straat

de straf

straks

de streep

de strik

de stroom

hij springt
net-als-woord: strip

Week 25

de beer

eerst

keer

meer

neer

de veer

het weer

hij leert

door

de koorts

het oor

de soort

het spoor

voor

hij hoort

de beurt

de deur

de kleur

hij scheurt

hij zeurt
net-als-woord: beer

Week 26

de duw

ruw

schuw

uw

hij duwt

de eeuw

de leeuw

de meeuw

de schreeuw

de sneeuw

hij schreeuwt

het sneeuwt

de kieuw

nieuw

het nieuws
net-als-woord: leeuw

Week 27

de geit

het ei

mei

ze reist

het sein

de prei

hij zei

de dweil

hij dreigt

kleinst

het krijt

het lijf

de lijn

mij

de prijs

rijp

de rijst

stijf

de wijn

hij hijgt

ei/ij

Week 29

blauw

hij kauwt

de pauw

gauw

nauw

de klauw

zij snauwt

au

de snauw

flauw
net-als-woord: blauw

Week 30

de fout

het hout

jou

de kou

de kous

nou

stout

het zout

jouw

de mouw

het touw

de vouw

de vrouw

hij bouwt

hij sjouwt

hij trouwt

hij vouwt

ik hou

hij wou

hij zou
net-als-woord: kou

Week 31

het fruit

lief

straf

hij geeft

de vacht

vals

verf

vlug

vuist

hij vecht

de sjaal

de stem

hij stopt

hij sist

de zeep

zelf

de zus

de zwaan

hij zegt

hij zorgt
net-als-woorden: feest

Week 33

de afspraak

daarin

de driehoek

ervoor

de glimlach

hoeveel

het kunstwerk

maandag

omhoog

de onzin

opnieuw

opzij

piepklein

rechtop

het vierkant

vrijdag

zestien

zichzelf

de zijkant

zondag
net-als-woord: driehoek

Week 34

het begin

het bezoek

hij bedenkt

hij bedoelt

hij begrijpt

hij bekijkt

het gedicht

het geluk

gemeen

genoeg

gewoon

het gezicht

hij gebruikt

hij geniet

het verdriet

het verhaal

het verschil

hij versiert

hij vertelt

hij verzint
net-als-woord: begin

Week 35

alweer

het geweer

de heer

de peer

het onweer

het verkeer

weer

de ijsbeer

hij smeert

daardoor

doordat

vooraan

vooral

voorbij

voordat

de voorpoot

waarvoor

de voordeur

het gebeurt

hij kleurt
net-als-woord: beer


 

Adres

  • Basisschool De Baayaert
  • Braak 1
  • 4724 DS Wouw

Contactgegevens

  • Tel. 0165 - 30 33 70
  • Fax. 0165 - 30 10 36
  • Contactformulier

Belangrijke informatie

  • Wilt u uw kind inschrijven?
  • Waar kunt u ons vinden
  • Algemene informatie

De Baayaert